Zoeken
  • Fox

Afscheid van mijn dochter


Nog nooit was het zo moeilijk om een verhaal op papier te krijgen. Geen woorden kunnen beschrijven wat ik écht voel. Maar ik probeer het toch. Ik probeer het omdat het me helpt om alles een plaatsje tegen. Ik probeer het omdat ik geloof dat verhalen als deze verteld moeten worden. Het verlies van een kind is een van de meest vreselijke dingen die je kan overkomen. En toch wordt er zo weinig over gepraat.



Ik schrijf mijn verhaal omdat de wereld Jack ook een heel klein beetje zou leren kennen.

Ik vertelde in mijn vorige blogpost dat ik me niet kan voorstellen hoe ik alles zal ervaren. “Wat ik me wel kan voorstellen is dat ik nog nooit zo veel pijn en verdriet zal gevoeld hebben als dan. Wat ik me wel kan voorstellen is dat ik omringd zal worden door de allerbeste framily die ik me maar kan inbeelden,” schreef ik. Alles wat ik me voorgesteld heb is gebeurd. Ik ben tot de laatste dag blijven werken, heb mijn vrienden gezien en mijn verdriet een beetje proberen te onderdrukken. Omdat ik wou dat je voelde hoe graag je gezien wordt. Mijn framily was er van het begin tot het einde en is er nog steeds. Zelfs je vader kreeg ik even in de buurt. En mijn verdriet… Mijn verdriet is inderdaad nog nooit zo groot geweest en ik kan er niets mee vergelijken. Maar wat ik vergat te verwachten is de immense liefde die ik voor je voel. Nog nooit zag ik iemand zo graag. Onvoorwaardelijk. Voor altijd.


De MRI-scan bevestigt dat de hersentjes van mijn dochter steeds slechter worden. Op maandag heb ik een afspraak in het ziekenhuis. Een vroedvrouw legt me uit wat er me later deze week te wachten staat. Dat zoiets soms 24 uur kan duren… Ze kunnen het niet voorspellen hoe mijn lichaam zal reageren op tabletten die me ontsluiting zouden moeten geven. Ik ben doodsbang, maar voel dat het goed is dat de tijd voor afscheid eraan komt.


Woensdag: verzamel al je moed


Uitgeput na een nacht met 2,5 uur slaap vertrek ik woensdag naar het ziekenhuis. De mammie komt me ophalen. Ze is niet van plan om me hiervan iets alleen te laten doorstaan.

Mijn kamer is al klaargemaakt. Aan de deur hangt een vlindertje. Zodat al het werkende personeel weet dat hier een vlinderkindje op de wereld gezet zal worden. Een kindje dat er maar heel eventjes is en dan heel snel niet meer.

Vrijwel meteen wordt me gevraagd of ik graag epidurale wil, want straks komen ze al voor de foeticide. Het inslapen van mijn dochtertje is dat. De pijn is te vergelijken met de vruchtwaterpunctie, vertelt de vroedvrouw me, maar het kan wel langer duren. De baby moet stil liggen, want ze zullen met een naald door mijn buik in haar hartje prikken. Ook ik moet stil liggen, vandaar dat ze vragen naar epidurale.

Ik zeg dat ik voorlopig geen enkele ambitie heb om dit moment met epidurale te verzachten. Ik wil het voelen. Ik wil dit moment zo veel mogelijk bewust meemaken, het ten volle beleven. Nog voor een laatste keer moedig zijn, voor mijn dochter. Voor Jack.

Met een epidurale ben ik ook aan mijn bed gekluisterd en ik heb het nodig om nog te kunnen bewegen. Om af en toe naar buiten te gaan, om zelf naar toilet te kunnen gaan, om niet volledig hulpbehoevend te zijn.


“NEE, het gaat niet. Jullie zijn mijn dochter aan het vermoorden! STOP!”

En dan komt mijn gynaecologe binnen en wordt al het materiaal rond me opgesteld. De cystes in haar hersentjes zijn alweer gegroeid.

Ik kijk nog heel even vluchtig naar het scherm van de echografiemachine, maar dan wordt het scherm weggedraaid. Ik krijg een plaatselijke verdoving.

De sfeer is te snijden. Mama staat aan mijn hoofdeinde. Zij en de vroedvrouw proberen me kalm te houden. Ik ben ijzig kalm.

Ik moet ijzig kalm blijven, ik heb geen keuze. Voor Jack. Als ik beweeg duurt het langer.

De gynaecologe excuseert zich herhaaldelijk voor de pijn en het ongemak die ze me bezorgt. “Het is niets. Het gaat wel,” fluister ik.

“Gaat het?”

“Ja, het gaat,” antwoord ik. Maar eigenlijk wil ik schreeuwen. “NEE, het gaat niet. Jullie zijn mijn dochter aan het vermoorden! STOP!”

Mama ademt met me mee wanneer ik in stilte begin te huilen.

En dan is het gebeurd. “Het spijt me zo,” zegt de gynaecologe nog. Het spijt me ook zo hard. Het spijt me zo dat ik niets voor je heb kunnen doen, Jack.

Mama en ik beginnen te huilen. Mijn dochter is dood nu.

En dan begint de hel. Elke vier uur komt de vroedvrouw of assistent-gynaecologe van dienst een tablet naast mijn baarmoederhals steken. Om de baarmoederhals te verweken en ontsluiting te krijgen.


Mijn vriendinnen Eveline en Els komen in de loop van de dag ook toe. Ze racen heen en weer van hun werk naar het ziekenhuis om zo veel mogelijk bij me te kunnen zijn. Mama wijkt geen centimeter van mijn zijde.


Na elke tablet volgen pijnlijke contracties. Mijn baarmoeder krimpt ineen en wil als het ware langs mijn rug naar buiten kruipen. Ik probeer regelmaat in de dag te krijgen: na elke tablet moet ik een half uur plat liggen, dan ga ik een wandelingetje doen en daarna probeer ik te slapen. Slapen gaat enkel met de hulp van Cannabisolie (CBD).

Elke vier uur opnieuw. En opnieuw.



Donderdag: de uitputtingsslag voorbij


Ze hadden me op voorhand gezegd dat het 24 uur zou kunnen duren, maar op donderdagmiddag is er nog steeds niets gebeurd. We zijn nu ongeveer 29 uur verder. Ik heb amper ontsluiting. Jack is al een volledige dag overleden en zit nog steeds in mijn buik.

Mijn buik is opgeblazen. Elke keer als ik even op mijn zij gelegen heb, is Jack mee gezakt. Ze beweegt niet meer. Ik probeer niet te veel te huilen. Dat is voor straks, denk ik, wanneer ze er eindelijk zal zijn. “Dit is niets tegenover het verdriet dat je zal hebben nadat je haar in je armen hebt gehad,” zeg ik tegen mezelf. Ik probeer mezelf te troosten, met magere woorden.

Mama en Eveline worden steeds ongeruster over me. Ze hebben schrik dat ik het mentaal niet zal kunnen blijven trekken als het nog lang duurt. Ook zijn ze bezorgd over hoe Jack er nog zal uitzien als ze nog lang in mijn buik blijft zitten.

Ze besluiten om de dokter aan te spreken om te zien of er nog andere mogelijkheden zijn om dit proces sneller te laten gaan. “Ik begrijp dat er niets té ingrijpend mag gedaan worden,” hoor ik Eveline zeggen. “Om de baarmoeder te beschermen voor volgende zwangerschappen.”


Na de achtste tablet beslissen ze dan om een ballonnetje te plaatsen. Een buisje wordt in mijn baarmoeder gestoken het ballonnetje op het einde wordt opgevuld met water. Dat zorgt voor druk op mijn baarmoederhals en zo zou ik eindelijk ontsluiting moeten krijgen.

Mijn gespecialiseerde psychologe komt langs. Ze zit er mee in dat ik hier al zo lang lig. Omdat ik mijn emoties nog even onderdruk om hier door te geraken, kan ze weinig voor me doen. Maar we babbelen even over de uitputtingsslag en over wat er nog komen moet.

De sfeer proberen we wat minder pijnlijk en grimmig te houden door te lachen met het buisje dat uren uit mijn onderbroek bengelt. De contracties worden steeds erger, dus mijn buisje en ik nemen een douche. Van zodra ik een geluid maakt staan Eveline en mama binnen de seconde naast me.

“Is er iets?!”

“Nee, lieve idioten, er is niets aan de hand.”

Alweer gebeurt er uren niets. Om half elf ’s avonds komt het ballonnetje eruit. Drie centimeter ontsluiting!


Ondertussen kan ik de pijn nog moeilijk verkroppen. Ik heb honger en ben uitgeput en het besef dat Jack toch al dood is, slaat af en toe in als een bom. Mijn lijf wil geen tabletten meer toelaten, dus elke vier uur komt er een gruwelijk moment van pijn en paniek. Ik probeer mezelf te kalmeren. Mama ademt nog steeds elke keer mee aan het hoofdeinde van mijn ziekenhuisbed. “Blijven ademen, Muizie… Blijven ademen.”

Ik ben op. Doodop. Gelukkig beslist de gynaecoloog om me de hele nacht met rust te laten, zodat ik wat kan slapen.


Vrijdag: ik mag je eindelijk ontmoeten


Achteraf gezien lijkt alles één grote waas. Ik heb het moeilijk om me mijn emoties te herinneren. Eveline wijst me erop dat ik een beetje op automatische piloot stond. “Emoties zouden kansen gecreëerd hebben voor paniek of angst. Je leek zeer rationeel en rustig, alsof je overlevingsdrang het volledig had overgenomen,” beschrijft ze het achteraf. “Je beschermde jezelf om erdoor te geraken.”

Ze heeft gelijk. Had ik toen mijn emoties de vrije loop gelaten, dan had ik het mentaal niet getrokken. Dan was ik waarschijnlijk volledig gebroken, wanneer het zware werk nog moest komen.


“Volhouden. Als je niet meer kan, dan doe je gewoon nog een heel klein beetje verder.”

Dag 3. Er zit een scheurtje in mijn vliezen. De gynaecoloog beslist om de vliezen volledig te breken. Nu zou de ontsluiting sneller moeten komen. Indien niet, dan gaan ze kijken voor extra medicatie om de weeën op gang te krijgen. Ondertussen heb ik contracties from hell. “Ik hou het niet meer vol,” geef ik toe. “Ik heb het gehad.”

“Dat zei je een uur geleden ook, Muizie,” antwoordt mijn mama voorzichtig. “Volhouden. Als je niet meer kan, dan doe je gewoon nog een heel klein beetje verder.”

Ik geloof dat er eindelijk progressie in zit en word steeds ongeduldiger. Binnenkort is ze daar. Dan kan ik haar eindelijk vasthouden en ontmoeten.

Na een uur of twee gaan ze toch over naar de medicatie. We zijn nu 50 uur verder. De contracties from hell maken plaats voor full on weeën. Vier keer dacht ik: dit wordt onmogelijk. Ik kan dit niet volhouden, niet na de vorige twee slopende dagen. Dit is een dodelijke uitputtingsslag. Ik krijg maar een minuut ademruimte tussenin. Elke keer opnieuw overtuig ik mezelf, met hulp van de mammie, dat ik het wel kan. Voor mijn dochter. Voor Jack. Voor Jack…



De vroedvrouw komt voelen hoeveel ontsluiting ik heb, wanneer een nieuwe wee komt aanzetten. “Mag ik me draaien om de wee te incasseren,” vraag ik haar. Ik krijg haar toestemming en kruip op handen en knieën naar het hoofdeinde van mijn bed. Ik weet niet waar te kruipen. Dit is té veel. “Ik kan het niet, mama.”

“Je kan het wel. Blijven ademen.”

Een gigantische golf van onmenselijke pijn en persdrang overspoelt heel mijn lichaam. Alles voelt juist. Ik MOET persen. Nu! Mijn volledige lijf duwt mijn baarmoederhals open. Ik voel haar kleine hoofdje zich een baan wurmen door mijn lijf. En dan valt ze uit de veilige omgeving van mijn lichaam.

Heel mijn lijf verwacht dat ze gaat beginnen te huilen. Maar het blijft stil. Rondom mij ontstaat een lichte paniek. Het ging allemaal plots sneller dan verwacht. De liefste vroedvrouw van de wereld haalt collega’s om hulp. Handen beginnen vanalles rondom me te doen. Ik zie enkel Jack.

Het blijft stil… zij blijft stil.


En dan valt ze uit de veilige omgeving van mijn lichaam.

Wanneer mama en ik haar opvangen valt haar kleine mondje open. Het besef dat ze dood is, overvalt me. Heel mijn lijf schiet in een gigantische kramp van verdriet. Mama en ik huilen terwijl we mijn prachtige dochter in onze armen sluiten.

Els en Eveline komen meteen langs. Mijn hart breekt vooral wanneer ik Eveline zie binnenkomen. Haar verdriet is zo groot. Overmand door de emoties van alle voorgaande weken, die toen onderdrukt werden door rede, kan ze niets meer tegenhouden. Ik denk dat ze veel schrik heeft, om zich net als ik te verliezen in dit verdriet.

Mijn lieve dochter wordt doorgegeven van de ene topvrouw naar de andere. Ze krijgt liefde, veel liefde.


Je bent zo mooi. Ik zie al je flaws, die je doodgeboorte met zich meebrengt. Je schedeltje is week en slap en uit je neusje stroomt er af en toe vocht. Je huid is zo broos dat elke te stevige aanraking ervoor zorgt dat het loskomt. En toch… En toch, allerliefste Jack, ben je het mooiste kindje dat ik ooit al zag.

Je bent nog warm, net uit de veiligheid van mijn lichaam ontsnapt. Ik voel blijdschap en dankbaarheid, om dat je eindelijk hier bij mij bent. Elk vreselijk uur, elk moment van pijn, angst of verdriet vervaagt omdat ik je nu bij mij heb. Je was het allemaal waard. Zelfs als onze wegen heel binnenkort alweer moeten scheiden. Dit moment was alles waard.

Terwijl ik mijn dochter in mijn armen hou, komt de vroedvrouw af en toe checken of mijn placenta er mee uit wil komen. Ze duwen in mijn buik en trekken aan de navelstreng. “Sorry, dat ik je weer pijn doe,” zegt ze, maar ik voel de pijn even niet meer. Mijn lijf en gedachten zijn volledig bij Jack. Ik stuur haar papa dat hij kan langskomen. Ik wil dat ze hem kan ontmoeten.



Met een nawee probeer ik de placenta eruit te krijgen, maar die komt niet. Het lijkt alsof iemand een gigantische emmer bloed uit mijn lichaam kapt. Over mijn mama en vriendinnen heen. Gelukkig zijn onze grenzen van gêne al lang vervaagd. Er wordt niet meer getwijfeld en ik word haastig klaargemaakt voor narcose. Ze zullen de placenta manueel (inderdaad, met de handen) moeten verwijderen. Ik ben nog steeds met mijn gedachten bij Jack. Mijn omgeving lijkt ver weg.


Ik kan het zelf niet beter beschrijven. Het trekt. Ze trekt.

Een uur later ben ik terug op mijn kamer. Bij haar. Baby daddy is ondertussen toegekomen en sluit ook voor de eerste keer zijn kleine dochter in zijn armen. Ik zie dat hij beseft wat hij al die maanden vaak ontkent of niet gewild heeft. Nu heeft ze heel eventjes twee ouders.

Ondertussen heeft ze haar fierce outfitje aan. Perfect, vind ik het, want voor mij is ze de moedigste baby in de wereld.

Ik hou haar nog uren vast, maar tegen de avond weet ik dat ik afscheid moet nemen van de traumatische omgeving. Ik mag nog een nacht in het ziekenhuis blijven, maar ik wil naar huis. Ik moet even weg zijn uit deze gruwelijke omgeving.